|
Situering van het onderzoeksthema |
||||
|
Cfr. Paragraaf 2.6 in de
oproep. Er is een groeiend besef dat verkeersheffingen in
eerste instantie moeten ingezet worden voor de beheersing van de totale
verkeersvraag en voor de verkeersveiligheid en in mindere mate voor
milieu-doeleinden. In de wegtransportsektor is de externe milieukost immers
sterk gereduceerd door Europese regelgeving (Euro 1 tot Euro 5 normen) cfr. www.Tremove.org. De beheersing van de totale verkeersvraag is een
problematiek die tijd- en plaatsspecifiek is: het is hoofdzakelijk de toegang
tot een aantal grote centra (Antwerpen, Brussel) en in mindere mate tot een
aantal andere steden die de grootste congestie meebrengt. Dit geldt ook voor
verkeersveiligheid. De Vlaamse overheid beschikt momenteel slechts over
twee “fiscale” instrumenten om de mobiliteit te sturen: gewestelijke
belastingen op de inverkeerstelling en subsidies aan het openbaar vervoer
(hoofdzakelijk De Lijn). Daarnaast zijn er een aantal andere
prijsinstrumenten die echter worden gebruikt door steden en gemeenten
(parkeerheffingen) en door andere beheerstrukturen (hoofdzakelijk
tolheffingen Liefkenshoek en Oosterweel (gepland). In dit onderzoek overlopen we de mogelijkheden die
een groter gebruik van tolheffingen (onder diverse vormen zoals ondermeer
wegenvignet) kunnen bieden en welke coördinatieproblemen met de andere
overheden dit stelt. |
||||
|
Wetenschappelijke state of the
art + theoretisch kader |
||||
|
Het gebruik van tolheffing is reeds diepgaand
onderzocht. De toepassing ervan vergt nog meer specifiek onderzoek. Aspecten
die nog studie vergen zijn de coördinatie tussen de verschillende
beslissingsniveaus, de interactie met de bestaande belastingen
(inkomensbelasting, accijnzen op brandstoffen etc.). Het theoretisch kader dat gebruikt wordt is de
toegepaste welvaartstheorie waarbij partiële evenwichtsmodellen gebruikt
worden voor de transportsektor. Deze modellen bevatten de belangrijkste
externe kosten van transport en ook de verschillende belastingen. |
||||
|
Fundamentele en toegepaste vraagstelling |
||||
|
Hoe kan een regionaal overheidsniveau tolheffing
invoeren zó dat het, gegeven de andere belastingen beheerd door andere
niveaus, welvaartsverhogend werkt? Dit vergt een klein model dat vooreerst de
Vlaamse transportmarkt voorstelt, ten tweede hypothesen kan voorstellen rond
het gedrag van de andere spelers (federale overheid, steden en gemeenten,
private partijen die infrastructuur uitbaten en een tol heffen) of mogelijke
gedragingen (cooperatief, Nash, Stackelberg) en ten derde een doelfunctie
heeft voor de Vlaamse overheid. |
||||
|
Onderzoeksontwerp |
||||
|
Fase 1 Update literatuur Fase 2 Analyse van interessante
hervormingen van verkeersbelastingen op Vlaams niveau Fase 3 Opstellen of aanpassen
van een bestaand transportmodel (TRENEN, TREMOVE, MOLINO nog te bekijken) Fase 4 Uitwerken van de effecten
van de geselecteerde hervormingen |
||||
|
Voorziene valorisaties |
||||
|
Wetenschappelijke
publicaties Beleidsadvies |
||||
|
Beperkte bibliografie |
||||
|
Algemene situering van de
prijsproblematiek in transportsektor: De Borger, B., Proost S. (2001). Reforming transport pricing
in the European Union: A modelling approach,Elgar Aldershot. Specifiek over de interactie
tussen overheidsniveaus: Proost, S. & Sen, A. (2006). Urban transport
pricing reform with two levels of government: A case study of De
Borger, B., Proost, S., Van Dender, K. (2005) Congestion and tax competition
in a parallel network, European Economic
Review, November, pp. 2013 - 2040. De Borger, B. & Proost, S. (2004). Vertical
and horizontal tax competition in the transport sector Van
der Loo, S., De Palma, A., Lindsey, R., Proost,S. (2005). A cost-benefit
analysis of tunnel investment and tolling alternatives in Antwerp, European Transport, vol. 31, no.
2005, pp. 83. |
||||
|
Uitvoerders |
||||
|
Prof. dr. Stef Proost en
zijn wetenschappelijke medewerkers (K.U.Leuven) |
||||
|
TijdsTabel |
||||
|
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
|
X |
X |
|
|