Spoor A2

 
 
Globaal overzicht van de invulling van het spoortraject

Onderzoeksspoor A2 focust op de uitdagingen waarmee de Vlaamse overheid in de nabije toekomst zal geconfronteerd worden.

In de eerste deelstudie van dit spoor zal een analyse opgezet worden om na te gaan welke effecten de vergrijzing heeft op de financiële middelen van de gewesten en gemeenschappen. Demografie speelt immers een belangrijke rol in de Bijzondere Financieringswet. De BTW middelen worden bepaald door de evolutie van het aantal min 18 jarigen. Vergrijzing heeft ook gevolgen voor de successie- en registratierechten die beiden regionale belastingen zijn. Via de werkgelegenheidsgraad (dat het BNP bepaalt) zal er ten slotte ook een effect zijn voor de financiering van de gewesten en gemeenschappen.

In een tweede deelstudie zal ingegaan worden op de potentiële effecten van de overdracht van passiva aan de regio's. Hoe kan een dergelijke overdracht van de federale schuld georganiseerd worden en welke zijn de potentiële gevolgen hiervan voor de Vlaamse financiën? In een tweede deelstudie zullen we met behulp van een micro-simulatiemodel Vladymo prognoses genereren omtrent deze effecten.

Een derde deelstudie is voorbehouden voor de studie van de mogelijkheden tot en effecten van de regionalisering van de vennootschapsbelasting en de eventuele deling van de grondslag van de personenbelasting. In de septemberverklaring 2005 van de Vlaamse Regering werd immers opnieuw de aandacht gevestigd op de behoefte van de regio's om de financiële en fiscale autonomie te versterken. De Minister-President pleitte voor nieuwe en noodzakelijke stappen in de staatshervorming, aansluitend bij de resoluties van het Vlaamse Parlement van 3 maart 1999 Deze resoluties voorzagen niet enkel in de inmiddels gerealiseerde integrale overdracht van de gewestelijke belastingen, maar bevatten ook een pleidooi voor de volledige overdracht van de personenbelasting aan de deelstaten. Diverse alternatieven lagen ter afweging voor: ofwel de keuze voor een concurrerende bevoegdheid, ofwel de keuze voor een exclusieve bevoegdheid. Ook de vennootschapsbelasting werd, zij het beperkt, betrokken bij de plannen tot verruiming van de fiscale autonomie.

Ondertussen beschikt de overheid over enkele studies die het debat rond de regionalisering van de vennootschapsbelasting kunnen ondersteunen. Deze studies werden opgemaakt door Prof.dr.A. Haelterman (KUL) die eveneens deel uit maakt van dit consortium. De lopende studies terzake onderzoeken diverse mogelijkheden gaande van de beperkte ristournering van opbrengsten naar de volledige toebedeling van de bevoegdheid inzake de tariefvaststelling en de vaststelling van de voor een economisch beleid relevante elementen van de belastbare basis.

Wat de vennootschapsbelasting betreft dienen twee onderdelen nader te worden uitgewerkt: de daadwerkelijke uitbouw van de technische uitwerking van de regionalisering, en de verbijzondering van de specifieke maatregelen die in een eigen Vlaamse context prioriteit genieten. Input leveren voor deze prioriteitsstelling behoort tot de opdracht. Verdere uitwerking van deze studies is afhankelijk van de evaluatie van de beleidsmakers m.b.t. de studies die momenteel voorgelegd zijn. In elk geval zal er voor medio 2007 uitgebreid worden gerapporteerd met betrekking tot de haalbaar geachte scenario's.

Wat de personenbelasting betreft dient het theoretisch model nog te worden uitgedacht, waarbij de techniciteit geringer is dan bij de vennootschapsbelasting (geen problematiek van "vaste inrichtingen" in de andere deelstaten enz..). Deze studie moet leiden tot een keuze voor een volledige regionalisering van belastbare basis en tarief, dan wel voor regionale bevoegdheden wat betreft aanpassingen aan of onderdelen van het tarief, dan wel van onderdelen bij de vaststelling van de belastbare basis. Voor deze deelstudie van spoor A2 werd gezien de geschetste stand van zaken (studies nog ter evaluatie) geen gedetailleerd onderzoeksvoorstel ontwikkeld. Wel werd in de begroting een budget voor telkens 1 FTE voorbehouden voor 2007 en 2008 om deze problematiek verder te bestuderen. Medio 2007 zal een rapport worden opgeleverd, dat een verkennend beeld schetst van de mogelijkheden, met oplijsting van de wijze waarop de praktische implicaties kunnen worden aangepakt. Eind 2007 zal in functie van de evolutie m.b.t. de staatshervorming de inhoudelijke oriëntering geëvalueerd worden en desgevallend bijgestuurd.

Tabel 11: Overzicht invulling spoor A2

titel deelproject

2007

2008

2009

2010

2011

instelling

partner

SPOOR A2: TOEKOMSTSCENARIO'S VOOR DE VLAAMSE BEGROTING EN FISCALITEIT

fiscaal/juridisch onderzoek m.b.t. de overdracht van nieuwe fiscale bevoegdheden

X

X

 

 

 

KUL

HAELTERMAN

de verwachte evolutie van de financieringscapaciteit van Vlaanderen. Deelstudie 1:   update van het VLADYMO-model met integratie van vergrijzingsaspecten

X

 

 

 

 

KUL

HEREMANS/ ALGOED

de verwachte evolutie van de financieringscapaciteit van Vlaanderen. Deelstudie 2:   optimaal schuldbeheer in een federale context: studie van de verwachte gevolgen van de federalisering van de passiva van de overheid

 

X

X

X

 

KUL

HEREMANS/ ALGOED

Traject spoor A2

Lopende onderzoeksprojecten

Naar Boven