Spoor A3

Steunpunt
 
 
§ 1.3. Spoor A3 : fiscaliteit in functie van groei en werkgelegenheid
 
Globaal overzicht van de invulling van het spoortraject

Het realiseren van een hogere werkgelegenheid en een hogere economische groei blijft een absolute noodzaak in vele Europese landen en regio's, waaronder ook Vlaanderen. Economisch onderzoek heeft aangetoond dat het begrotingsbeleid in het algemeen, en de fiscaliteit in het bijzonder, hiertoe een heel belangrijk instrument kan zijn. De precieze sterkte van alternatieve maatregelen is evenwel weinig bekend. Ook ontbreekt vaak een Vlaamse insteek. Het onderzoek binnen dit spoor wil op dit vlak fundamentele wetenschappelijke kennis opbouwen, en deze concreet vertalen naar het beleid toe. Het onderzoek treedt buiten de grenzen van de huidige Vlaamse fiscale bevoegdheid, aansluitend bij de stelling in de oproep (p. 14) dat het wenselijk is ruimere denkpistes uit te werken, gegeven belangrijke doelstellingen van de Vlaamse regering zoals werkgelegenheid en groei, en mogelijk ter voorbereiding van een volgende ronde in de staatshervorming.

Dit spoor omvat drie luiken. Het eerste luik wil volgens actuele standaarden in de wetenschappelijke literatuur een algemeen macro-model voor een open economie bouwen waarin werkgelegenheid en economische groei verklaard worden vanuit optimaliserend gedrag van gezinnen en bedrijven, en waarin een bijzondere rol is weggelegd voor het begrotingsbeleid. Het effect van verschillende budgettaire instrumenten wordt daarbij gemodelleerd : productieve uitgaven, transfers, overheidsconsumptie, belastingen op arbeidsinkomen, vennootschapsbelasting en belastingen op consumptie. De methodologie is die van modelkalibratie en numerieke simulatie. Het model moet in staat zijn de gevolgen op langere termijn van diverse fiscale maatregelen op werkgelegenheid en groei in te schatten, rekening houdend met de vereiste van budgettair evenwicht.

De "algemene-evenwichtsbenadering" laat toe de gevolgen voor werkgelegenheid en groei simultaan te bestuderen met de gevolgen voor de reële lonen, de investeringen, de private consumptie, het overheidsbudget, enz. Een andere sterkte van onze aanpak is de bijzondere aandacht voor de budgetbeperking van de overheid. In een context van begrotingsevenwicht dient elke budgettaire maatregel gecompenseerd te worden door een andere. Ook deze compenserende maatregel zal realistische gevolgen hebben voor werkgelegenheid en groei. Onze aanpak laat toe ook deze bijkomende effecten simultaan in rekening te brengen. De keuze voor een open-economiebenadering laat toe de gevolgen in te schatten van eventuele beleidsreacties in het buitenland (cfr. belastingconcurrentie).

Het tweede luik is voornamelijk econometrisch van aard. Het opteert voor een diepgaande analyse van partieel economische relaties die de bouwstenen vormen in het algemeen evenwichtsmodel van deel 1 van de analyse. Hier ligt de focus op het onderzoeken van de relatie tussen de hoogte van de vennootschapsbelasting enerzijds en tewerkstelling en groei anderzijds. Aangezien het huidige Europa een grote heterogeniteit kent tussen landen maar ook tussen regio's in termen van effectieve belastingdruk kan er een databank opgesteld worden met voldoende gegevens om een zinvolle statistische analyse te doen. Hierbij staat de relatie tussen de effectieve belastingdruk op bedrijfswinsten en economische performantie centraal. De eerste resultaten wijzen uit dat hoe lager de vennootschapsbelasting in een regio, hoe dynamischer de arbeidsmarkt en hoe hoger de groei in de regio. In dit project willen we deze eerste resultaten dieper onderzoeken en verifiëren op een grotere groep van landen. Onze methodologie die we hierbij hanteren is die van de micro-econometrie waarbij we gebruik maken van een groot aantal individuele ondernemingsgegevens om de nodige schattingen uit te voeren. Uit de econometrische schattingen zullen parameters resulteren die nadien gebruikt kunnen worden in deel 1 van het project dat een algemeen evenwichtsmodel bouwt en dat hierboven beschreven staat.

Het derde luik betreft een studie die erg innoverend is voor Vlaanderen en die gericht is op het analyseren van de manieren waarop overdrachtsheffingen een impact kunnen hebben op de economische groei. De gedragseffecten van overdrachtsheffingen zoals schenkingsrechten en successierechten zijn tot nog toe onontgonnen terrein; in Vlaanderen zijn er nog geen studies voorhanden die de impact van schenkingen en erfenissen op de consumptie van de erfgenamen bestudeerden. Evenmin is geweten hoe door een wijziging in de successierechten de spaardrift van ingezetenen wordt beïnvloed. De studie moet aangeven hoe het gewestelijk fiscaal instrumentarium, anders nog dan personenbelasting en vennootschapsbelastingen, de welvaart beïnvloedt. Omdat deze studie het gevolg is van de onderhandelingen, is er nog geen uitgewerkt voorstel voor handen; met de opdrachtgevers is overeen gekomen dat dit begin 2007 vorm zal krijgen. Het onderzoek zal wel gebruik maken van de inzichten van het deeltraject van spoor A1 over de effecten van de hervorming van de schenkingsrechten en in samenwerking worden uitgevoerd in UGent-Hogeschool Gent.

Tabel 1            Overzicht invulling spoor A3

titel deelproject

2007

2008

2009

2010

2011

instelling

partner

SPOOR A3:FISCALITEIT IN FUNCTIE VAN GROEI EN WERKGELEGENHEID

de samenhang tussen economische groei, werkgelegenheid en begrotingsbeleid

X

X

X

X

 

UGENT

HEYLEN/ VANDENBUSSCHE/ KONINGS

de impact van de gewestelijke overdrachtsbelastingen op de economische groei

 

X

X

X

X

 

SMOLDERS/ HEYLEN

Traject spoor A3

Lopende onderzoeksprojecten

Naar Boven